Het Vuurwerk

in #dutch24 days ago (edited)

HET VUURWERK

De vergaderkamer was niet gebouwd voor Egbert van Vliet, maar hij eigende haar zich toe zoals keizers dat deden: overtuigd dat aanwezigheid geen geweld was, zolang het stil bleef.
Het licht viel door hoge ramen naar binnen en sneed de kamer in vakken van helder en donker. Hij zat aan het hoofd van de tafel, in het licht, zijn rug naar het raam gekeerd zodat wie tegenover hem zat moest turen tegen de gloed.

Dit was geen toeval. Augustus had in de zon gestaan. Hadrianus had gebouwd met het oog op perspectief. Macht was geen verworvenheid maar een architectuur die je bewoonde.

Egbert nam plaats zoals een standbeeld op zijn sokkel wordt geplaatst. Rug recht. Kin omhoog, net genoeg om autoriteit te suggereren zonder arrogantie te verraden. Zijn handen lagen voor hem, symmetrisch, vingertoppen elkaar rakend als een brug. Een configuratie. Geen houding. Hij had dit geleerd zoals anderen een taal leren: door herhaling, door imitatie van figuren die macht uitstraalden zonder haar te hoeven benoemen.

Zijn vader had gezegd: "Gezag zit niet in woorden, jongen. Het zit in de ruimte tussen de woorden."

Egbert had die ruimte bestudeerd. Hij had haar gemeten, betimmerd, bemeubeld.

Hij kuchte.

Niet omdat zijn keel hem dwong, maar omdat vergaderingen aanvang vereisen. De bestuurlijke kuch. Een ritueel. Hij beheerste haar zoals een priester het wierookvat beheerst. Het signaal was gegeven.

"Laten we beginnen."

Zijn stem daalde. Hij had dit aangeleerd in Den Haag, in de gangen waar jonge ambtenaren leerden dat woorden beter werken wanneer ze zakken. Alsof ze gewicht dragen. Alsof ze al onderweg zijn naar de notulen, naar het archief, naar geschiedenis.

Mappen werden geopend met het geruis van ordelijkheid. Pennen klikten. De kamer schoof van stilte naar bestemming. Niemand sprak voordat het moment zich aandiende.

---

Egbert dacht vaak aan Augustus.

Niet zoals studenten aan hem denken, als curiositeit uit de oudheid, maar als collega. Als iemand die een probleem had begrepen en het had opgelost. Augustus had geen chaos bestreden. Hij had simpelweg iets geïnstalleerd dat haar overbodig maakte. Wegen. Aquaducten. Rechtbanken. Het legioen.

Dat was geen geweld. Het was ordening.

Zijn familie had macht gekend. Niet van geld—daar hadden ze nooit genoeg van gehad—maar van positie. Landadel. Bestuurders. Rechters. Mensen die niets bezaten behalve het recht om te bepalen hoe anderen moesten leven. Dat was iets. Inflatie, hervormingen en tijd hadden hun werk gedaan. Het landgoed verdween stuk voor stuk, hectare voor hectare, zoals een lijk oplost in de grond. Wat bleef: houding. En verantwoordelijkheid.

De partij had zich aangepast. De Anti-Revolutionaire Partij was het CDA geworden. Beginselen smolten in akkoorden. Zijn vader had het verraad genoemd en toch op hen gestemd. Traditie was plicht, ook als ze je vernederen.

Egbert had geleerd dat orde geen natuurwet is. Orde moet bewaakt worden. En wanneer bewaking niet volstaat, moet zij worden afgedwongen.

Daarom was het besluit over vuurwerk voor hem geen keuze, maar een constatering.

---

Den Haag had een algeheel vuurwerkverbod aangekondigd voor oudjaar 2026. Egbert zag geen reden om te wachten.

Vuurwerk was voor hem geen traditie. Het was ongekanaliseerde energie. Het kent geen agenda. Het vraagt geen toestemming. Het verspreidt zich als ziekte. Wie het toelaat, geeft chaos een vergunning.

"Waarom uitstellen wat onvermijdelijk is?" had hij gezegd.

De vergaderzaal had niet gereageerd. Niet omdat ze instemden, maar omdat het argument al gesloten was. Een retorische vraag is geen uitnodiging. Het is een deur die dichtvalt.

Hij had immers zijn argumenten als wapens klaargelegd
op tafel. Huisdieren. Asielzoekers. Kinderen die anders verminkt raakten. Hulpdiensten. De stille meerderheid. Niet uit mededogen—daar had hij weinig tijd voor—maar omdat ze functioneel waren. Je vecht niet met principes. Je vecht met beelden.

---

De raadszaal was voor Egbert geen theater. Het was een amfitheater. Een arena. Hij nam niet deel aan het gevecht. Hij had de les van Commodus geleerd: een keizer die zelf vecht, vernedert zijn positie. Een keizer observeert. Hij duidt. Hij beslist.

Links investeerde zwaar in het debat. Niet om te winnen—de uitkomst was al besloten—maar er waren nog stemmen te winnen. Stikstof. Veiligheid. De toekomst. Een raadslid noemde oud en nieuw "een feest van het hyperkapitalisme."

Egbert had geknikt. Alsof hij het begreep. Alsof het ertoe deed.

Rechts sprak over cultuur. Over traditie. Over betutteling en de vrije burger. Een ondernemer zou omzet mislopen, werd gezegd. Alsof je een stad kon besturen op basis van kassabonnen.

Het voorstel werd aangenomen met een meerderheid die groot genoeg was om de zaak gedaan te hebben, klein genoeg om tegenstand te behouden.

---

Hoorveld Lokaal RTV filmde ondernemers.

Een kerstbomenverkoper stond met de handen in het haar. "De wanhoop nabij," zei hij. Zijn stem trilde. Dat werkte goed op televisie.

Een ander zei dat het einde van een traditie was. "Wat hebben we straks nog over?" vroeg hij de camera.

Niemand antwoordde.

Er was geen verkoopverbod. Alleen een afsteekverbod.

De winst was nog nooit zo groot geweest.

---

"Zero tolerance," had Egbert gezegd in een interview.

De zin stond in vetgedrukt in de krant. Hij vond hem mooi. Kort. Strak. Onweerlegbaar. Het Engels maakte hem harder. Definitiever.

Het geknal begon al vlak na Sinterklaas.

Eerst voorzichtig, alsof iemand de temperatuur opvoerde. Een rotje hier. Een strijker daar. Toen harder, frequenter. En toen hield het niet meer op. Wijkagent Ben van der Meer wist niemand op heterdaad te betrappen. Hij deed ook geen zichtbare moeite.

Egbert had hem gebeld.

"Controle."

"Ik ben er de hele dag mee bezig, burgemeester," zei Van der Meer.

"Dan is de hele dag kennelijk onvoldoende."

De lijn was stil.

"Begrijpt u mij, Ben?"

"Jazeker."

Het geknal ging door.

---

De familie Van Uddel leefde al drie generaties van een uitkering. Wat ze er niet mee konden betalen, verdienden ze bij met illegaal vuurwerk. Opslag vond plaats in een schuur net buiten de stad. Iedereen wist het. Niemand deed iets.

De explosie kwam op een dinsdagavond.

In de vergaderzaal van het gemeentehuis trilden de koffiekopjes op hun schotels. De griffier keek op. Zijn toupet zat scheef. Niemand had geweten dat het een toupet was. Nu wist iedereen het.

Boven Hoorveld-Mariënholt lichtte een vuurbal de hemel op. Oranje. Geel. Het licht viel op de gezichten rond de tafel als een vreemde zonsondergang. De raadsleden keken op, kort, alsof ze een vraag verwachtten.

Niemand stelde haar.

Ze vergaderden verder.

De griffier zette zijn toupet recht.

---

Er vielen geen slachtoffers. Wel vluchtten geïnteresseerden en verkopers nadat een vuurkorf omviel, de schuurdeur vlam vatte en de brand vervolgens uit de hand liep. Wat bleef was een krater, omringd door hout en steen en brokken van wat ooit een schuur was geweest.

De landelijke pers vond Hoorveld-Mariënholt.

Egbert sprak hen toe in de hal van het gemeentehuis. Zijn stem was vast. Zijn blik kalm. Hij droeg zijn donkerste pak. Buiten, op het moment dat hij het woord *zero tolerance* uitsprak, ontplofte een strijker. Een prullenbak overleefde het niet.

De beelden gingen viraal.

Iemand had Egberts gezicht gemonteerd onder de stem van Saddam Hoesseins woordvoerder, die tijdens de invasie van Irak verklaarde dat er geen Amerikanen in Bagdad waren. "Vuurwerk? Welk vuurwerk?" stond erbij in ondertiteling.

---

De adviseur kwam op de eerste maandag van het nieuwe jaar.

De vergaderkamer was groter dan noodzakelijk. Zachte stoelen. Water in glazen karaffen die niemand aanraakte. Licht dat binnen viel als iets vloeibaars. Scenario's lagen al klaar, uitgeprint op papier dat duurder aanvoelde dan nodig was.

De vrouw tegenover hem droeg grijs. Ze sprak alsof ze een procedure voorlas. Geen emotie. Geen variatie. Alleen feiten, opgesomd alsof ze een inventarislijst afwerkte.

"Vijftigduizend euro aan gemelde schade. Normaal blijven we onder de tien. Dit cijfer op zichzelf is problematisch. Het bedrag was hoger geweest als de explosie in de schuur binnen uw gemeente was gebeurd en niet zoals nu, net er buiten. "

Ze schoof een document over tafel. Het gleed zonder geluid.

"Mijn advies: communiceer vandaag nog dat er, gezien de uitzonderlijke omvang, een extern onderzoek komt naar handhaving en herkomst. Dan verschuiven we het verhaal van schade naar aanpak."

Egbert knikte.

Narratiefbeheersing is ordehandhaving, dacht hij. Een verhaal dat je niet controleert, controleert jou.

"Wat gaat dat kosten?"

"Het onderzoek? Enkele tonnen.”

De vrouw glimlachte niet.

Het advies van het bureau: een halve ton. Dat is gebruikelijk.

Het ambt wordt verdedigd, niet Egbert.

---

Daarna sprak de man.

Ouder. Geen scherm. Geen aantekeningen. Geen papieren. Hij zat zoals iemand zit die niet hoeft te overtuigen omdat de zaak al beslist is.

"Niemand wil escalatie," zei hij. Zijn stem was zacht, maar niet vriendelijk. Het was de zachtheid van iemand die niet hoeft te schreeuwen omdat de deur al op slot zit.

"Niemand wil gezichtsverlies."

Hij noemde functies. Waterschap. Adviesraad. Posities zonder podium, met zekerheid. Met salaris. Met pensioenopbouw. Met een titel die je kon uitspreken zonder dat mensen begonnen te lachen.

"Een functie elders," zei hij. "Met behoud van waardigheid."

Egbert keek naar zijn handen. Ze lagen niet meer symmetrisch. Zijn vingertoppen raakten elkaar niet. Een brug was ingestort zonder dat hij het had gemerkt.

Hij dacht aan keizers die aftraden en werden vergeten. Aan anderen die bleven en werden gedood.

"En als ik blijf?"

De man zweeg.

Het was geen stilte om na te denken. Het was een stilte die een antwoord was.

Egbert keek naar het raam. Het licht viel naar binnen, maar bereikte hem niet meer. Iemand anders zou hier zitten, in het licht, met rechte rug en handen die elkaar raakten.

Hij realiseerde zich dat niemand hem ooit had gekozen.

De benoeming was bevestiging geweest. Niet van wat hij was, maar van wat zij nodig hadden.

En nu hadden ze iets anders nodig.

Maar zolang niemand hem formeel verplaatste, bleef hij.

door Johan Jongepier